woensdag, mei 03, 2006

Absoluut!

“I’m sorry the flower didn’t bloom today” deelde de bijna tandenloze gids mee na een wandeling door het broeierige, tropische woud. De informatie in het reishandboek was even onweerlegbaar; in deze periode van het jaar bloeit de bloem niet! In de marge werd ook gewag gemaakt van de ondraaglijke geur die de bloem heeft, maar dit wees de gids lachend van de hand. Enerzijds prijs ik mezelf bijzonder gelukkig geen kennis gemaakt te hebben met die stank, anderzijds heb ik een beeld van de bloem dat minder voor de handliggend is.

Alle informatie die we vandaag kunnen raadplegen stelt ons perfect in staat om voor elke plek het ‘geschikte’ moment uit te zoeken waarop we het allemaal moeten bekijken of ervaren. Alsof die plekken voor de rest van de tijd niets te betekenen hebben en enkel maar kunnen ontgoochelen. Wie bepaalt overigens het ‘juiste’ moment? Bovendien raadpleegt iedereen dezelfde informatiebronnen en dreig je le moment suprème te moeten delen met andere gegadigden. Het risico is groot dat hierdoor de ervaring een stuk minder wordt en misschien zie je er door die enorme toeloop net niet genoeg van of verwatert het “wow”-moment door de storende aanwezigheid van omstaanders. Kortom, die hoogdagen zijn wellicht bijzonder, maar alle andere dagen van het jaar zijn minstens even waardevol, alleen al omdat de kans veel groter is dat je er meer van te zien krijgt en er binnen een uitverkoren groepje of zelfs in je ééntje ten volle van kan genieten.
Meer te zien krijgen en een plek intenser beleven, heeft veel te maken met een (eigen) ingesteldheid. Sommigen laten zich hoofdzakelijk leiden door aanwijzingen van zij die het al gezien hebben, anderen gaan net op zoek naar die minder voor de handliggende ervaringen.

Sinds de digitale fotografie gemeengoed geworden is, hebben velen de neiging om elk moment te willen vereeuwigen. Elke gebeurtenis leggen ze op honderden beelden vast. Soms krijg je het gevoel dat ze alles eerst door de zoeker van de camera en achteraf op het beeldscherm thuis beleven. Terecht kan je opmerken in welke mate er nog sprake is van enige beleving, want zowel de plek als alle niet digitaal registreerbare aspecten verwaarlozen ze zodanig dat je je blijft afvragen waarom ze niet beter thuis gebleven waren. Dreigen we niet al te vaak te vergeten dat onze hersenen nog steeds onovertroffen zijn als het op registreren aankomt? De enige beperking is dat we de inhoud niet visueel met anderen kunnen delen, maar daartegenover staat dat we over de inhoud blijven beschikken en het in geuren en kleuren bijna onbeperkt kunnen navertellen.

Tijdens dat klassieke praatje over niks en veel meer, vervallen we zonder omwegen in de clichés over het weer. “Er zijn geen seizoenen meer, mijnheer” is een boutade waar ik van huiver. Het zegt veel meer over mijn gesprekspartner dan over het seizoen in kwestie. Want wat zijn die seizoenen en wat loopt er fout?
De winters uit ons collectief geheugen roepen beelden op van metershoge bergen sneeuw, de zomers die van verdroogde, gele gazons. Uit een oude schoendoos rakelen we nog enkele verkleurde foto’s op, maar in ons geheugen zijn diezelfde beelden veel rijker. Breng die troosteloze gesprekspartner en het weer maar in verlegenheid en jongleer mateloos met de metafoor van de paaslelie. Want paaslelies bloeien jaar na jaar tussen begin februari en eind april, en gegarandeerd bloeien ze op Pasen. Zelf de paus kan ze niet van het bloeien afhelpen.

Wat er aan tuinreportages in alle magazines behoorlijk storend is, is dat ze allemaal op amper 3 maanden gemaakt worden om vervolgens 12 maanden aan een stuk ons een veel te eng beeld op te dringen. In de winter kan de lente en zomer niet snel genoeg komen, in het najaar en de winter lijkt het des te meer op alweer een jaar van gemiste kansen en gemis aan uitbundige bloei. Bij hoge uitzondering wagen sommige bladen zich aan kleurrijke herfstbeelden of ondergesneeuwde tuinen. Onafgezien van deze uitzonderingen reduceren we tuinen tot consumptiegoederen waarvan de houdbaarheidsdatum bijzonder beperkt is. Net zoals we in april geen kerstlichtjes kunnen bespeuren in de winkelrekken en geen chocolade paaseieren kunnen vinden in september.
Maar goede fotografen hebben een grondige afkeer van de zomer. Het licht is veel te fel overdag en ze zien zich telkens genoodzaakt om bij zonsopgang of valavond te werken bij milder licht. Vrij nefast wanneer je blauwe bloemen wil fotograferen, want die zien er opeens allemaal paars uit!

Met groter zekerheid weet ik dat alle beelden in dit boek, op enkele uitzonderingen na, in de donkerste periode van het jaar genomen zijn. Wie heeft het nog over dat foute seizoen? Een goede observatie en een gezonde dosis alertheid die noodzakelijk waren om de beelden te maken, bewijzen meteen het tegendeel. De landschaps-architecten hebben doelbewust gekozen om die oneindige variaties te vatten en u vooral de goede gewoonte bij te brengen om te blijven kijken. En als je al op een onbewaakt ogenblik die onafwendbare drang hebt om het beeld vast te leggen, doe het dan vooral om anderen ervan te overtuigen dat het inderdaad behoorlijk fout loopt met onze perceptie van het enige, juiste moment!

Deze tekst, aangevuld met sprekende beelden, kan u ook lezen in de publicatieAbsoluut Architectuur 03”, uitgegeven door what if…

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage