maandag, november 21, 2005

Almodovar in de supermarkt

Terwijl we allemaal gedwee onze beurt afwachten aan de kassa’s komen twee fors uitgebouwde travestieten de supermarkt binnengewandeld. De lange rijen aan de kassa’s doen de ene zuchten “wat gebeurt er?”, waarop de andere kordaat “maak voort, schat” gebiedt. De jonge kerel voor me laat een zeker vermaak merken en als hij ze nog een blik langs achteren gunt, stel ik hem gerust, “het kan je overkomen”. “Mij nooit” repliceert hij nogal expliciet. Nog geen minuut later vraagt hij me beleefd om even op zijn aankopen te letten, terwijl hij een lieftallige knuffel voor zijn vriendin in de rekken iets verderop haalt. “Iets goed te maken?” vraag ik als hij terugkomt en het minuscule hebbedingetje bijna doodstreelt. En plots eindigde onze gemoedelijke conversatie en bleef hij strak in de nek van zijn voorganger staren.

Het is al vaker gebleken, deze supermarkt vult boekdelen. De klandizie kan je onmogelijk een gebrek aan kleur in de schoenen schuiven. Het is, mezelf niet uitgesloten, een staalkaart van Brussel. De muzak overstijgt het gekakel in tientallen talen nooit, sommige rekken insinueren continu een communistische schaarste en de caissières etaleren alle beschikbare maten van het uniform. Voeg daar de Aziaten aan toe die in allerijl de chocoladerekken plunderen en de parasieten die de goedkoopste alcohol inslaan en het beeld is compleet. Surrealisme is in Brussel nooit ver weg. Het wederkerig ritueel dat me erheen zuigt is enerzijds een marteling omdat de geur van verderf daar zo welig tiert, maar anderzijds is het de beste remedie om even uit de steriele wereld te ontsnappen omdat je er schaamteloos mag observeren.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage